De WAM en het Waarborgfonds; verzekering en letselschade

 

De Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen (WAM)

Ieder motorvoertuig met een kenteken en ieder motorvoertuig waarmee aan het verkeer wordt deelgenomen moet verplicht verzekerd zijn voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Overigens geef ik hier een tamelijk grove omschrijving van de verzekeringsplicht. Er bestaat veel jurisprudentie over de vraag wanneer een voertuig een motorrijtuig is en wanneer zo’n motorvoertuig onder de WAM valt.

 

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat bijvoorbeeld wanneer de bestuurder van het motorvoertuig een verkeersnorm overtreedt (door rood rijden, te hard rijden) en daardoor letselschade bij een ander, het slachtoffer, veroorzaakt.

 

Caravan en aanhanger zijn verplicht WAM – verzekerd

Een vrolijke vakantieganger rijdt met zijn caravan naar Renesse toe. Onderweg raakt zijn caravan door een technisch defect los van de auto. De caravan rijdt zelfstandig een eindje door, raakt dan van de weg en rijdt een in een grasveld lopende mevrouw met haar hondje aan. Ondanks het feit dat de caravan niet meer vast zat aan de auto op het moment van de aanrijding kan deze mevrouw haar letselschade op de verzekeraar van de caravan verhalen.

 

Afgevallen lading

Ook de automobilist die tegen een kist aanrijdt die op de snelweg stilligt na van een vrachtwagen te zijn gevallen, kan de WAM – verzekeraar van de vrachtwagen aanspreken tot schadevergoeding.

 

Wie kan het slachtoffer aansprakelijk stellen?

Het slachtoffer van een verkeersongeval met letselschade kan natuurlijk de bestuurder van het motorrijtuig die de verkeersfout heeft gemaakt aansprakelijk stellen tot vergoeding van de schade. De bestuurder, mits verzekerd, zal de door hem te betalen vergoeding van zijn verzekeraar ontvangen om deze aan het slachtoffer door te betalen. Het is dan nog maar de vraag, of de bestuurder die verzekeringsuitkering ook echt  doorbetaald aan het slachtoffer. Hij kan er ook zelf een nieuwe auto van kopen. Of hij gaat in de tussentijd failliet en dan valt de verzekeringsuitkering in de failliete boedel en heeft het slachtoffer ook het nakijken.

 

 

WAM-verzekeraar rechtstreeks aansprakelijk stellen

Daarom is in artikel 6 van de WAM het recht gegeven aan het letselschadeslachtoffer om de WAM – verzekeraar rechtstreeks aan te spreken, dus achter de rug van de dader / bestuurder om. De verzekeraar onderhandelt in de praktijk dan rechtstreeks met het slachtoffer over de aansprakelijkheid en over de hoogte van de schade. En als overeenstemming is bereikt, betaalt de verzekeraar rechtstreeks aan het slachtoffer. De dader / bestuurder staat daar helemaal buiten.

 

Afgezien van de zekerheid dat de schade verhaald kan worden zonder incassorisico, heeft dit het bijkomende voordeel dat het slachtoffer in gesprek is met een professionele wederpartij die op de hoogte is van de wet en regelgeving.

 

Valkuil

Eén valkuil: de verzekeraar moet binnen drie jaren na het ongeval aansprakelijk worden gesteld, anders vervalt dit eigen recht.

 

Het Waarborgfonds

Hit-and-run: Een fietser wordt aangereden door een auto. Hij komt zwaar ten val en loopt letsel op. De auto rijdt echter door zonder dat de fietser het kenteken kan opnemen en er zijn geen getuigen. Er is dus sprake van een verkeersongeval in de zin van de WAM, maar met een onbekende verzekerde.

 

Onverzekerd: Een voetganger wordt aangereden door een scooter. Hij loopt zwaar letsel op. De scooterrijder vindt het vreselijk en geeft keurig zijn personalia op. Maar zijn scooter is – ten onrechte en in strijd met de wet – niet verzekerd volgens de WAM. De scooterrijder wil best schade vergoeden, maar hij heeft alleen een bijstandsuitkering en zit zwaar in de schulden. Hij kan de forse schade van de voetganger niet betalen.

 

Gestolen auto: Een automobilist wordt aangereden door een autodief; de auto waarmee het ongeval wordt veroorzaakt is gestolen.

 

In geen van deze drie gevallen is er een WAM-verzekeraar die de schade van het slachtoffer moet vergoeden. In deze gevallen kunnen de slachtoffers hun schade verhalen op het Waarborgfonds.

 

Daarbij kan het een probleem vormen dat zij wel zullen moeten aantonen dàt hun letsel  en schade zijn veroorzaakt door een motorrijtuig. Als de dader doorrijdt en er zijn geen getuigen kan dat de vordering op het Waarborgfonds doen stranden.

 

De rechter kan overigens wel een feitelijk vermoeden aannemen op grond van de aard van het letsel en de overige omstandigheden op de ongevalsplek, zoals duidelijke bandensporen, een afgevallen bumper en dergelijke.

 

Het slachtoffer moet – voordat hij het Waarborgfonds mag aanspreken – ook wel echt moeite doen om de aansprakelijke persoon zelf te achterhalen. Zo moet hij bij de politie informeren of zich daar iemand heeft gemeld. Ook moet hij zo spoedig mogelijk na het ongeval aangifte doen bij de politie, zodat de politie proces-verbaal kan opmaken en kan proberen de bestuurder of eigenaar te achterhalen. Of hij moet bij winkels navragen of er iets te achterhalen valt op camerabeelden.

 

Van een slachtoffer die gewond was geraakt door een van een auto afgevallen houten plank had zelfs verwacht mogen worden een advertentie te plaatsen met betrekking tot deze verloren lading. Degene die deze verloren had, had zich dan waarschijnlijk wel gemeld[1].

 

Gemoedsbezwaarden

Gemoedsbezwaarden die zich op grond van hun geloofsovertuiging niet willen verzekeren, zijn vrijgesteld van de wettelijke verplichting tot het afsluiten van een WAM – verzekering. Het slachtoffer zou dan in beginsel alleen de gemoedsbezwaarde zelf kunnen aanspreken tot schadevergoeding. Het is dan maar de vraag of de gemoedsbezwaarde zelf voldoende inkomen en vermogen heeft om de schade te betalen.

Om het slachtoffer van een gemoedsbezwaarde niet volledig afhankelijk te maken van de draagkracht van de gemoedsbezwaarde treedt het Waarborgfonds voor de gemoedsbezwaarde op als borg. Dus de gemoedsbezwaarde moet zelf de schade vergoeden, maar als dat niet lukt door insolventie, treedt het Waarborgfonds in zijn plaats.

Het Waarborgfonds zal de aan het slachtoffer betaalde uitkering wel weer gaan incasseren bij de gemoedsbezwaarde zelf.

 

Nogmaals een valkuil

Ook voor vorderingen op het Waarborgfonds geldt een termijn van drie jaren vanaf het ongeval. Blijf dus niet te lang proberen uw schade van de onverzekerde scooterrijder of van de gemoedsbezwaarde vergoed te krijgen, maar stel tijdig de vordering bij het Waarborgfonds in.

 

Wat kan uw advocaat doen?

Uw advocaat kan het proces-verbaal van politie opvragen, waarmee het kenteken en de personalia van de dader achterhaald worden. Via het kenteken kan uw advocaat bij de RDW navragen, wie de WAM – verzekeraar van het motorrijtuig is.

Uw advocaat zal de WAM – verzekeraar rechtstreeks aansprakelijk stellen.

 

Als er geen dekking op grond van de WAM bestaat, zal uw advocaat het Waarborgfonds benaderen.

 

Alle vervaltermijnen en verjaringstermijnen worden bewaakt en vorderingen tijdig ingesteld.

 

Als vaststaat welke partij aansprakelijk is en schade moet gaan vergoeden, wordt uw schade nauwkeurig en zo concreet mogelijk begroot. Ook hierbij is de expertise van uw advocaat vaak noodzakelijk, bijvoorbeeld / met name als er verlies van inkomen optreedt, minder pensioen wordt opgebouwd, het slachtoffer zelfstandig ondernemer is of er flinke invaliditeit resteert met grote zorgbehoefte.

 

Meer weten? Neem vrijblijvend contact op:

Michelle van der Burgt, Letselschadeadvocaat, Lid LSA.

Tel: 020 – 330 6007

Mail: michellevanderburgt@icloud.com

[1] Ktg. Den Haag 27 juli 1989, VR 1990, 90