Letsel van een vuilnisvrouw

De casus

Het is een doordeweekse ochtend en het vuilnis wordt opgehaald. De vuilniswagen rijdt steeds een kort stukje vlak langs de stoep en staat dan weer stil om de beladers de gelegenheid te geven het vuilnis van de stoep op te pakken en in de wagen te gooien. De vuilniswagen heeft de alarmlichten aan.

Een belaadster wil op gegeven moment naar de overkant van de straat lopen, waar ook vuilnis op de stoep staat te wachten. Zij is nauwelijks achter de vuilniswagen vandaag gestapt als zij wordt aangereden door een tegemoetkomende auto. De belaadster loopt ernstig letsel aan haar been op.

De automobiliste vindt dat zij er niets aan kan doen. Zij had haar snelheid aangepast. Zij was er niet op bedacht dat er een belaadster zou willen oversteken.

De Rechtbank

De Rechtbank Gelderland is het niet met de automobiliste eens. De automobiliste had er rekening mee moeten houden dat de vuilophalers rondom de vuilniswagen aan het werk zouden zijn. De Rechtbank stelde ook vast dat de automobiliste niet helemaal rechts had gereden. Het ongeval was, volgens de  Rechtbank, veroorzaakt doordat de automobiliste te weinig afstand had gehouden van de vuilnisauto. De automobiliste moet de volledige schade van de belaadster vergoeden[1].

De 50% regel bij een verkeersongeval tussen een sterke en zwakke verkeersdeelnemer

Een automobilist die een fietser of voetganger aanrijdt moet tenminste de helft van de schade van de fietser of voetganger vergoeden (tenzij er sprake is van overmacht). Dit wordt de 50% – regel genoemd. Of méér dan de helft van de schade aan de fietser of voetganger (de zwakke verkeersdeelnemer) moet worden vergoed, hangt af van de vraag of de automobilist een fout heeft gemaakt die voor méér dan de helft aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen[2].

Stel dat een voetganger plotseling van achter een boom in een donkere nacht oversteekt en wordt aangereden door aan auto. De auto reed niet te snel. Dan zou je kunnen zeggen dat de automobilist niet heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. Het is helemaal de schuld van de voetganger. De voetganger heeft dan toch recht op vergoeding van de helft van zijn schade.

De billijkheidscorrectie

Fietser en voetganger kunnen ook nog aanspraak doen op een billijkheidscorrectie.

Stel dat een automobilist en een fietser allebei een verkeersfout hebben gemaakt. De fietser is door het rode licht geleden maar de automobilist reed te hard. In dat geval zou de bijdrage van de automobilist aan het ongeval bijvoorbeeld 70% kunnen zijn en die van de fietser dus 30%. De fietser heeft dan in ieder geval recht op 70% van zijn schade. Het kan echter billijk zijn, om de fietser een hogere schadevergoeding toe te kennen, bijvoorbeeld omdat zijn letsel wel heel ernstig is[3].

[1]  ECLI:NL:RBGEL:2020:1341

[2] ECLI:NL:HR:1992:ZC0526

[3] ECLI:NL:HR:1993:ZC1196